Ontdekkend leren met het doe-orgel

Wat? Een leskist met bouwpakket, te huur bij “Het orgel in Vlaanderen”
Contact: Iris Eysermans
Kijk ook eens op Orgelkids

Het doe-orgel is een bouwpakket in een leskist, ontwikkeld voor kinderen tussen 5 en 12 jaar. De kinderen kunnen zelf (onder begeleiding van een orgelbouwer of een organist) een orgeltje in elkaar zetten aan de hand van instructiekaarten met bijhorende afbeeldingen. Bij het doe-orgel is een lesbrief beschikbaar voor projecten in het basisonderwijs.

Afbeelding4De groep kinderen wordt verdeeld in kleinere groepjes. Elk groepje krijgt een taak toebedeeld: onderdelen uit de kist halen, het raamwerk in elkaar zetten, pijpjes sorteren, toetsen in de juiste volgorde leggen, … Vervolgens wordt alles samengebracht in het raamwerk: de magazijnbalg, de windlade, de toetsen en de pijpen. Als de instructies nauwlettend worden gevolgd, verschijnt er een prachtig orgeltje. En nu kan er… gespeeld worden!

Afbeelding3.pngOrganiste Iris Eysermans (en orgelleerkracht aan De Kunstfabriek) organiseerde samen met Alexandra Franck (leerkracht muziekinitiatie aan De Kunstfabriek) een workshop met het doe-orgel, op 7 februari 2018 in de Sint-Martinuskerk te Duffel. Op deze orgeldag waren heel wat enthousiaste kinderen (of organisten-in-wording?). Een bezoek aan het grote orgel was een ware apotheose: dit gigantische instrument is een orkest! De eerste sessie met het doe-orgel werd gegeven voor kinderen uit de derde kleuterklas, de tweede sessie voor leerlingen uit het eerste leerjaar.

Een leerrijk en boeiend project voor knutselaars, jonge musici en… toekomstige organisten!

Ann Eysermans: 7 little pieces for 2 organ players

7LP-1Grafische partituren … op orgel!
Instrumentatie: 2 organisten
Contact: Iris Eysermans
Partituur

Het orgel is een orkest, dat is duidelijk. De verscheidenheid aan klankkleuren die kan worden voortgebracht is werkelijke enorm. Denken we maar aan hoge ijle fluittonen, een wollige bourdon, of een schelle hobo, … Begrippen als ‘prestant’ en ‘mixtuur’ zijn de organist niet vreemd. Hij/zij tovert Bach, Franck, Widor en vele anderen uit zijn/haar vingers. Die rijkdom aan klankkleuren maakt het orgel ook tot een uiterst geschikt instrument voor improvisatie, nieuwe muziek en … grafische partituren!

 

Afbeelding1In september 2017 ging organiste Iris Eysermans aan de slag met grafische partituren in haar orgelklas van de muziekacademie te Heist-op-den-Berg. Twee enthousiaste (en moedige) leerlingen gingen deze uitdaging aan: Marjan Brabants en Tine Hendrickx.

Iris koos een werk voor twee organisten, 7 little pieces for 2 organ players (van Ann Eysermans), een grafische compositie die zij eerder heeft uitgevoerd met het orgelduo 64-Feet (samen met Marie-Noëlle Bette). Het werk bestaat uit zeven korte grafische partituurtjes, miniaturen als het ware.

Een eerste (spontane én logische) reactie van de leerlingen: “hoe begin je hieraan? We hebben toch meer informatie nodig?”. Iris vond het belangrijk dat zij zelf de eerste aanzetten trachtten naar voren te brengen. Durven dus. En vervolgens, hen mee begeleiden, uiteraard. Hoe kan je een bepaald teken, symbool of tekeningetje, ‘vertalen’ (of omzetten) in een klank? Alles lijkt arbitrair en misschien is het dat ook, zo gaat dat soms met grafische partituren.

Je kan dus eigenlijk op twee verschillende manieren te werk gaan: ofwel maken de twee leerlingen in kwestie een ‘onmiddellijke’ interpretatie van het werk (alle remmen los en spélen!), ofwel benaderen ze de partituur meer analytisch: wat staat hier? Wat zou de componist bedoelen? Komen er bepaalde tekens terug ? Hoe kan een bol klinken? Of een rechte lijn? Lees ik die partituurtjes van links naar rechts, of maakt dat niet zoveel uit?Vervolgens kan er een legende worden opgebouwd en dat is eigenlijk heel eenvoudig: welke klank koppel ik aan een welbepaald teken? En laat die ruimte keuze nu net de troef wezen van dit grootse instrument! De mogelijkheden zijn haast oneindig, want de twee spelers kunnen immers elkaar ook registreren.

En wat speelwijzen betreft: als je een heleboel kleine stipjes ziet gevolgd door een dikke zwarte bol bijvoorbeeld, dan zou je kunnen zeggen: eerst speel ik lichte staccati, gevolgd door een oorverdovende cluster. Soms spreekt de partituur voor zich.

Afbeelding2“Er staat een zwarte wolk in de partituur. Welke klank zullen we hieraan koppelen (want er staat immers geen aanwijzing voor een registratie)? We zoeken een donkere klank, maar ook niet té laag… Het wordt de prestant 8’ of de bourdon 8’.” Op het lesorgel kozen zij de bourdon 8’ omdat deze minder luid is, maar toch donker en wollig genoeg. “Maar welke noten zullen we spelen? Een cluster? Wat is dat, een cluster? Een chromatische? Of een diatonische? En hoe kunnen we die ‘aanzetten’?” Het werd de chromatische cluster! Al snel stelden Tine en Marjan ook vast dat niet alle klanken (registraties) hetzelfde klinken op de verschillende orgels. Dus: op elk orgel moet je rustig de tijd nemen om telkens de juiste klanken te zoeken!

“Wat doen we met deze minuscule geperforeerde bolletjes, volledig ‘onleesbaar’? En met die notenbalken die op hun kop staan?” De perforaties werden opgevat als ‘niet de hele tijd spelen’. “En welke klanken? Hoge tonen! Een fluit 4’ of misschien een van de boventonen van het orgel, maar dan solo gebruikt? Elke speler één klavier?

Tine en Marjan ploeterden verder, het werd een hele opgave. Een bijkomende moeilijkheid: ze zijn niet alleen, maar met z’n tweeën! Dus er diende toch een structuur te worden vastgelegd. En dat deden zij. Het proces nam zo’n vier maanden in beslag. Maar beetje bij beetje kwamen zij tot een coherent geheel, gevolgd door een schitterende uitvoering: het publiek was erg enthousiast: “waaauw, zovéél vreemde geluiden, die hebben we nog nooit gehoord!”

Conclusie: een geslaagd experiment, voor herhaling vatbaar!